aanwijzing
Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld
|
Categorie: |
pre-opsporing, opsporing, vervolging, informatieverstrekking en strafvordering |
|
Rechtskarakter |
aanwijzing i.d.z.v. art. 130, lid 4 Wet RO |
|
Afzender |
College van procureurs-generaal |
|
Adressaat |
Hoofden van de parketten |
|
Registratienummer |
2006A012 |
|
Datum vaststelling |
06-11-2006 |
|
Datum inwerkingtreding |
01-12-2006 |
|
Geldigheidsduur |
30-11-2010 |
|
Publikatie in Stcrt: |
PM |
|
Vervallen |
Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld (2000A023) |
|
Relevante beleidsregels |
Richtlijn voor strafvordering voetbalvandalisme en -geweld (2003R005), aanwijzing discriminatie (2003A005) en aanwijzing verstrekking strafrechtelijke gegevens aan derden voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden (2001A006)[aanpassen]
|
|
Wetsbepalingen |
Wetboek van strafrecht |
|
Jurisprudentie |
-- |
|
Aantal bijlagen |
-- |
Achtergrond
1. Algemeen
De interdisciplinaire stuurgroep bestrijding voetbalvandalisme en -geweld
heeft in 1997 een beleidskader vastgesteld. In maart 2003 is dit
beleidskader vernieuwd en is het beleid aangescherpt. In dit beleidskader is
gewezen op het belang van goede onderlinge samenwerking tussen alle
partijen. De stuurgroep is onder andere overgegaan tot het herformuleren van
taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen, alsmede tot het
formuleren van gezamenlijke en individuele beleidsdoelstellingen en van
tolerantiegrenzen voor alle betrokken partijen. De stuurgroep heeft tevens
besloten tot het instellen van een auditteam. Dit auditteam heeft tot taak
feitenonderzoek te doen naar (het voorkomen van) ingrijpende incidenten van
voetbalvandalisme in Nederland met daarbij als doel snel en praktisch
inzicht te kunnen krijgen in de aanleiding en de oorzaak van ingrijpende
incidenten. In 2005 is het beleidskader geactualiseerd. Deze aanwijzing
sluit aan bij het hernieuwde beleidskader bestrijding voetbalvandalisme en
voetbalgeweld 2005.
In deze aanwijzing wordt aangegeven op welke wijze de rol van het OM
adequaat kan worden ingevuld. Hoewel in een OM-aanwijzing geen regels voor
ketenpartners, zoals bijvoorbeeld het Centraal Informatiepunt
Voetbalvandalisme (CIV) en de Koninklijke Voetbal Bond (KNVB) kunnen worden
gesteld, zijn in deze aanwijzing, in afstemming met de ketenpartners, wel
enkele hoofdlijnen voor de te volgen werkmethode opgenomen. Deze werkmethode
is gebaseerd op de bestaande taken en bevoegdheden van de ketenpartners.
2. Voetbalvandalisme en -geweld
Voetbalvandalisme en -geweld zijn geen juridisch gedefinieerde begrippen en
zijn ook niet als delict in het Wetboek van Strafrecht te vinden. Teneinde
deze begrippen te kunnen duiden moet dan ook gebruik worden gemaakt van een
definitie.
Het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) hanteert de volgende
definitie van 'voetbalvandalisme': "Gedragingen van personen alleen of in
groepen in relatie tot het voetbal, die te maken hebben met verstoring van
de openbare orde/veiligheid en/of het plegen van strafbare feiten". Gegeven
de centrale positie en de coördinerende rol van het CIV bij het verzamelen
en de analyse van feiten en gegevens over voetbalvandalisme en -geweld is
het logisch en wenselijk dat alle bij de bestrijding van voetbalvandalisme
en -geweld betrokken personen en instanties deze definitie gebruiken. Enige
factoren die een rol spelen bij de afweging of een incident tot
voetbalvandalisme gerekend kan worden, komen in paragraaf 2.2 van het
hoofdstuk informatieverstrekking aan de orde.
3. Categorisering (risico)wedstrijden
Het CIV gaat uit van een risicowedstrijd zodra op basis van de analyse van
beschikbare informatie, gegevens en ervaringen extra rekening moet worden
gehouden met verstoring van de openbare orde en veiligheid.
Met ingang van het seizoen 2003 - 2004 worden wedstrijden ingedeeld in:
A-categorie wedstrijd met een laag risico
B-categorie wedstrijd met een midden risico
C-categorie wedstrijd met een hoog risico.
Of een wedstrijd als categorie A, B, of C-wedstrijd moet worden aangemerkt,
kan onder meer bepaald worden aan de hand van de in het beleidskader
opgenomen risicofactoren. Het bepalen van de categorie van een wedstrijd zal
aan de orde moeten komen in de lokale driehoek. De uiteindelijke beslissing
ligt het meest in de verantwoordelijkheidssfeer van de burgemeester.
Voor het OM zijn de minimale inspanningen per categorie in het hernieuwde
beleidskader omschreven, waarvan de belangrijkste in deze aanwijzing zijn
uitgewerkt.
Samenvatting
Deze aanwijzing stelt regels omtrent de (pre)opsporing, de vervolging van
voetbalvandalisme en de daarop betrekking hebbende informatieverstrekking
aan de KNVB.
De aanwijzing geeft een nadere uitwerking van de rol van het OM, zoals deze
is neergelegd in het Beleidskader voetbalvandalisme en voetbalgeweld 2005.
Pre-opsporing
1. Beleidsuitgangspunten
1.1. Ketenbenadering
Rondom het fenomeen voetbalvandalisme en -geweld zijn vele personen en
instanties actief. Een adequate aanpak van voetbalvandalisme kan alleen
slagen als de handen ineen worden geslagen. Betrouwbaarheid en 'van elkaar
op aan kunnen' zijn hierbij de sleutelwoorden. Uitgangspunt bij de aanpak is
dan ook de zogenaamde ketenbenadering, waarbij alle betrokkenen vanuit hun
eigen verantwoordelijkheden en taken een bijdrage aan een adequaat antwoord
op 'voetbalvandalisme leveren. Waar het gaat om de orde en veiligheid rondom
voetbalwedstrijden in en rondom het stadion berust die eigen
verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de organisatoren van de
wedstrijden. Onder 'In en rondom het stadion' wordt normaliter verstaan de
ruimte binnen de hekken van de accommodatie, die als privaatterrein van de
Betaald Voetbalorganisatie (BVO) moet worden beschouwd. Op lokaal niveau
kunnen hierover in het convenant aanvullende afspraken gemaakt worden. Een
instrument dat ten behoeve van de veiligheid door de BVO's,
stadionbeheerders en de KNVB kan worden gebruikt is het opleggen van een
civielrechtelijk stadionverbod of een civielrechtelijke boete aan de
voetbalvandalen. Een belangrijke taak heeft de KNVB ook met betrekking tot
het zelf nemen van preventieve maatregelen en tot het stimuleren van de
BVO's om preventieve maatregelen te nemen. Daarnaast beschikt de KNVB over
de mogelijkheid om de licentie van BVO’s in te trekken. Het optreden van de
politie en het OM is hoofdzakelijk aanvullend en ligt in het verlengde van
de door de KNVB en de BVO's te nemen preventieve maatregelen.
1.2. Beleid OM
Er is in toenemende mate sprake van geweld tegen personen. De justitiële
reactie is daarop toegesneden, hetgeen betekent dat er een hoge prioriteit
wordt gegeven aan de opsporing van de daders van dergelijke delicten.
Concreet betekent dit dat het OM zich duidelijk zal moeten profileren in de
fase waarin ter voorbereiding op een wedstrijd de beleidsuitgangspunten en
tolerantiegrenzen worden geformuleerd. De hoofdofficier van justitie heeft
daarbij een duidelijke rol en moet er zorg voor dragen dat het draaiboek,
dat de burgemeester in overleg met de (hoofd)officier van justitie en de
korpschef opstelt, voor iedere wedstrijd voldoet aan de eisen en
prioriteiten van het OM, waaronder begrepen voldoende opsporingscapaciteit,
zowel tijdens als na de wedstrijd. Elk parket voert een werkwijze in die
aansluit bij het project Hooligans in Beeld[1]en stelt in het kader daarvan
een zogenaamde “top-lijst” op. Conform de aanpak van veelplegers zal het OM
van probleemsupporters een dossier opbouwen en overtredingen stapelen ten
behoeve van de strafvordering.
[1] H.B. Ferwerda en O.M.J. Adang ‘Hooligans in
Beeld’ Advies en Onderzoeksgroep Beke/Politieacademie, Zeist: Uitgeverij
Kerkebosch B.V., 2005.
2. De rol van het OM
2.1. Lokaal voetbalconvenant
Bij de bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld zijn preventieve
maatregelen van groot belang. Als één van de deelnemers in de lokale
driehoek is een duidelijke taak weggelegd voor de hoofdofficier van
justitie. In het lokale driehoeksoverleg worden voor een bepaalde periode in
samenspraak met de betrokken BVO en in overeenstemming met het Beleidskader
bestrijding voetbalvandalisme en voetbalgeweld 2005 en het 'Modelconvenant
betaald voetbal', zoveel mogelijk heldere afspraken over de
beleidsuitgangspunten en de tolerantiegrenzen in een lokaal voetbalconvenant
vastgelegd.
De hoofdofficier zorgt ervoor dat de justitiële beleidsuitgangspunten en de
daaruit voortvloeiende tolerantiegrenzen met betrekking tot spreekkoren,
(overtreding van) het civielrechtelijke stadionverbod en de bejegening van
stewards, beveiligingspersoneel, officials en de politie en het justitieel
vervolgingstraject in een lokaal voetbalconvenant worden neergelegd.
Aanbevolen wordt om ten minste eenmaal per voetbalseizoen dit convenant met
de lokaal betrokken partijen te evalueren en te beoordelen of de genomen
maatregelen nog voldoende zijn. Met name dienen daarbij de volgende
aandachtspunten aan de orde te komen:
|
Het minimumaantal door de KNVB verplichte stewards in dienst van de BVO en de beschikking van de BVO over de vereiste vergunningen in verband met de eisen van de Wet op de weerkorpsen c.q.de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in geval de stewards naast begeleiding ook beveiligingswerkzaamheden uitvoeren die onder deze wetten vallen. | |
|
Het vaststellen cq bijstellen van de inspanningsverplichting van de BVO in relatie tot de minimumeisen van de KNVB. | |
|
De stand van zaken met betrekking tot de implementatie van het geldende beleidskader. Hierbij verdienen de in het beleidskader neergelegde beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen met betrekking tot spreekkoren, (overtreding van) het civielrechtelijke stadionverbod en de bejegening van stewards, beveiligingspersoneel, officials en de politie de bijzondere aandacht | |
|
De stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het door de BVO opgestelde supportersbeleidsplan en veiligheidsplan. | |
|
De naleving door de BVO van de veiligheidsvoorschriften van de KNVB (bijvoorbeeld alcohol, fouillering). | |
|
De mate waarin door de BVO en eventueel de stadionbeheerder gebruik wordt gemaakt van hun bevoegdheid over te gaan tot civielrechtelijke uitsluiting. Deze mogelijkheid leent zich in het bijzonder voor vormen van wangedrag waarbij strafrechtelijk ingrijpen niet aangewezen is. | |
|
De stand van zaken met betrekking tot een adequate toegangscontrole bij het stadion ter handhaving van de civielrechtelijke uitsluitingen (stadionverboden). | |
|
De stand van zaken met betrekking tot de uniformiteit van de onderscheiden lokale convenanten wat betreft de beleidsuitgangspunten en de tolerantiegrenzen. | |
|
Het justitieel vervolgtraject. | |
|
De hoofdofficier van justitie verstrekt de driehoek een adequaat en volledig overzicht van de strafrechtelijke handvatten voor het politieoptreden. | |
|
De hoofdofficier draagt in de politieregio zorg voor eenduidige strafrechtelijke tolerantiegrenzen. | |
|
Het beleid is er op gericht de wedstrijd ongestoord doorgang te laten vinden, waarbij het nemen van preventieve en pro-actieve maatregelen nadrukkelijk aan de orde moet komen. | |
|
Alle maatregelen zijn er op gericht de openbare orde en rechtsorde rond de wedstrijd op aanvaardbare wijze te handhaven | |
|
Meer specifiek wordt het noodzakelijke politieoptreden gekenmerkt door een zorgvuldige afweging van de mate van inbreuk op de openbare orde c.q. rechtsorde en de gevolgen van het politieoptreden op die inbreuk. | |
|
Het politieoptreden is mede gericht op het voorkomen en beteugelen van ongeregeldheden, onder meer door confrontaties tussen supportersgroepen te voorkomen. | |
|
Bij het zich voordoen van ongeregeldheden is het beleid er op gericht zoveel mogelijk aanhoudingen te verrichten, in het bijzonder van zogenaamde hardekernsupporters. | |
|
Bij het verrichten van aanhoudingen wordt de ernst van de overtreding afgewogen tegen de gevolgen voor de verdere handhaving van de openbare orde. | |
|
Het politieoptreden is gericht op het inwinnen van informatie over potentiële daders en -dadergroepen. | |
|
Samenwerking en afstemming met andere betrokkenen
wordt gezocht. | |
|
Afstemming met de gemeente over mogelijke toepassing van de artikelen 154a, 175, 176 en 176a Gemeentewet in geval van (grootschalige) ordeverstoringen en andere bestuursrechtelijke maatregelen (bijvoorbeeld het omgevingsverbod). | |
|
e opstelling van een draaiboek door de politie, waarin is opgenomen een plan voor de afhandeling van met name grote groepen arrestanten (zoals bijvoorbeeld het arrestantenvervoer), het opmaken van proces-verbaal en de tolerantiegrenzen. | |
|
De aanwezigheid van goede en voldoende videoapparatuur. | |
|
Afspraken die gemaakt moeten worden tussen de betrokken ketenpartners over (de bevoegdheid tot) gebruik en uitwisseling van beeldmateriaal bij identificatie, opsporing en vervolging van supporters die huisregels overtreden of strafbare feiten begaan. Met camera’s gemaakte beelden van supporters die vernielingen hebben aangericht moeten zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden gebruikt worden voor het aanpakken van deze supporters. | |
|
De inzet van aanhoudingseenheden. | |
|
Is er in geval van een risicowedstrijd contact opgenomen door de politie met het CIV en met de politie in de plaats van herkomst van de bezoekende supporters. | |
|
De beschikbaarheid van recherchecapaciteit voor
opsporingsonderzoek na de wedstrijd. | |
|
De hoofdofficier draagt zorg voor een lokale voetbalsnelrechtprocedure voor de afhandeling van voetbalvandalisme. Uitgangspunt daarbij is voetbalvandalen bij heenzending door de politie een transactie of dagvaarding uit te reiken. | |
|
In geval van categorie A-wedstrijden zal de vervolging plaatsvinden volgens de reguliere AU-procedure (AU = Aanhouden en Uitreiken). Bij B-wedstrijden zal het OM zo nodig een lokale voetbal- snelrechtprocedure opstarten. In geval van categorie C-wedstrijden past het OM in principe de lokale voetbalsnelrechtprocedure toe. Indien qua prioriteit en qua capaciteit mogelijk, past het OM voetbalsnelrecht toe met een (sterk) verkorte doorlooptijd tot aan de terechtzitting. | |
|
Bij elke wedstrijd zal waar mogelijk de verdachte
worden voorgeleid voor de rechter-commissaris. Zie hiervoor ook onder
het kopje “Vervolging” punt 1 “Beleid OM”. Indien schorsing van de
voorlopige hechtenis in de rede ligt, zal het OM - indien proportioneel
- een stadionverbod verzoeken. In geval van categorie B-wedstrijden is
de voetbalofficier van justitie op afroep beschikbaar voor ad hoc
driehoeksoverleg en voor het toepassen van de lokale
voetbalsnelrechtprocedure. Bij een categorie C-wedstrijd is de
voetbalofficier van justitie in het beleidscentrum/ stadion / op de
plaats van de arrestantenafhandeling aanwezig. | |
|
In geval van categorie A-wedstrijden is de voetbalofficier van justitie telefonisch bereikbaar voor advies en spoedoverleg. | |
|
In geval van categorie B-wedstrijden is de voetbalofficier van justitie op afroep beschikbaar voor ad hoc driehoeksoverleg en is de voetbalofficier van justitie op afroep beschikbaar voor het toepassen van de lokale voetbalsnelrechtprocedures. | |
|
In geval van categorie C-wedstrijden is de
voetbalofficier van justitie in het beleidscentrum/stadion/op de plaats
van de arrestantenafhandeling en past het OM altijd de lokale
voetbalsnelrechtprocedure toe. Indien qua prioriteit en qua capaciteit
mogelijk, past het OM voetbal snelrecht toe met een (sterk) verkorte
doorlooptijd tot aan de terechtzitting. | |
|
De naam, geboortedatum en -plaats, alsmede het adres van de verdachte; | |
|
De datum en plaats waarop resp. waar het strafbaar feit is gepleegd; | |
|
Een beknopte omschrijving van de feitelijke gebeurtenis, waarbij de factoren die bepalen of er sprake is van voetbalgerelateerde feiten concreet dienen te worden omschreven. Dit is meer dan de wettelijke omschrijving; | |
|
De aard en omvang van de aangerichte schade/het letsel; | |
|
Voor zover bekend: recidivegegevens (uittreksels uit de Justitiële Documentatie worden niet verstrekt); | |
|
Een antwoord op de vraag of de verdachte het feit al dan niet bekend heeft; | |
|
Gegevens over een eventueel reeds plaatsgehad
hebbende strafrechtelijk afdoening; | |
|
Een bekennende verdachte; | |
|
Een verdachte/veroordeelde ten aanzien van wie in eerste aanleg een strafrechtelijke afdoening heeft plaatsgevonden in de vorm van een transactie of veroordeling; | |
|
Een verdachte ten aanzien van wie de voetbalofficier
van justitie van mening is over voldoende wettig en overtuigend bewijs
te beschikken en ten aanzien van wie hij voornemens is een dagvaarding
uit te brengen, een transactie aan te bieden of een beleidssepot toe te
passen | |
|
Overtreding van de artikelen die betrekking hebben op misdrijven die gevaar mee kunnen brengen voor het leven of de gezondheid van personen, te weten de artikelen 289 WvSr (moord), 287 WvSr (doodslag), 300-304 WvSr (zware) mishandeling), 141 WvSr (openlijk geweld); | |
|
Overtreding van de artikelen die betrekking hebben op misdrijven inhoudende het opzettelijk vernielen van en/of geweld plegen tegen goederen, te weten de artikelen 350 WvSr (vernieling) of 141 WvSr (openlijk geweld); | |
|
Overtreding van de artikelen die betrekking hebben op misdrijven of overtredingen die gevaar kunnen meebrengen voor de openbare orde; | |
|
Overtreding van discriminatiebepalingen; de artikelen 137c, 137d en 137e WvSr ; | |
|
Overtreding van de artikelen 131 WvSr (opruiing), 180 WvSr (wederspannigheid), 184 WvSr (niet voldoen aan bevel / vordering) 266/ 267 WvSr (belediging) en 285 WvSr (bedreiging); | |
|
Overtreding van art. 138 WvSr (huis- en erfvredebreuk), voor zover het gaat om een voetbalstadion of een voetbalveld; | |
|
Overtreding van een van de artikelen uit de Opiumwet; | |
|
Vuurwerkzaken (APV-overtredingen en milieu-wetgeving); | |
|
Overtreding van APV-bepalingen ter zake van de openbare orde; | |
|
Overtreding van art. 447e WvSr (identificatieplicht); | |
|
Overtreding van enig artikel van de Wet Wapens en
Munitie; | |
|
Bij gelegenheid van het bezoeken van voetbalwedstrijden, voorafgaande aan en na afloop van voetbalwedstrijden, alsmede | |
|
Op andere momenten, een en ander voor zover er een
relatie bestaat tussen het plegen enerzijds en de verbondenheid,
affiniteit, identificatie of andere relatie met een voetbalclub dan wel
een lokale of landelijke voetbalmanifestatie anderzijds. | |
|
Tot uitsluiting is overgegaan: twee (vijf oud) jaar na afloop van de termijn gedurende welke de uitsluiting gold; | |
|
Niet tot uitsluiting is overgegaan: onmiddellijk na het nemen van deze beslissing; | |
|
De verdachte wordt vrijgesproken of ontslagen van
rechtsvervolging, dan wel de voetbalofficier van justitie alsnog besluit
tot een technisch sepot: onmiddellijk na kennisgeving door de
voetbalofficier van justitie. | |
|
De Minister van Justitie en door deze aangewezen ambtenaren; | |
|
Officieren van justitie; | |
|
Politieambtenaren, indien daartoe schriftelijk gemachtigd door een officier van justitie; | |
|
Leden van de commissie van toezicht van de KNVB. | |
|
Officieren van justitie; | |
|
Politieambtenaren, indien daartoe schriftelijk gemachtigd door de officier van justitie (het CIV wordt geacht permanent gemachtigd te zijn); | |
|
Beheerders van stadions, voor zover noodzakelijk voor de effectuering van de uitsluiting; | |
|
Veiligheidscoördinatoren van voetbalclubs; | |
|
Leden van de commissie van toezicht van de KNVB; | |
|
Buitenlandse voetbalorganisaties c.q. de UEFA en/of de FIFA; | |
|
Andere personen, voor zover de Minister van Justitie
daartoe toestemming heeft verleend, gehoord de Commissie van toezicht.
| |
|
De inhoud van de registratie van gegevens door de KNVB; | |
|
De wijze waarop de KNVB deze gegevens gebruikt; | |
|
De uitsluitingsmaatregel. |