voetbalvandalisme
Voetbalvandalisme, d'r is geen bal aan!
Deze pagina verschaft informatie over een onderwerp dat eigenlijk niet zou moeten bestaan. Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: voetbalvandalisme is een vervelend en zinloos verschijnsel. Het is niet normaal, het hoort er niet ‘nou eenmaal’ bij, het is vaak gevaarlijk en kost handenvol geld.
Niettemin hebben we er allemaal mee te maken. Het is een maatschappelijk probleem en we zullen er met z’n allen ook iets aan moeten doen. De politie, de KNVB en de clubs van het betaalde voetbal zijn daar al mee begonnen. Zij hebben de afgelopen jaren allerlei maatregelen genomen om de toename van het voetbalgeweld tegen te gaan. Hoe doen ze dat? Hebben die maatregelen effect? Wie zijn de relschoppende supporters eigenlijk? Krijgen ze straf? En waar komt het voetbalvandalisme vandaan?
Deze en vele andere vragen komen met de regelmaat van de klok binnen bij het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) in Utrecht. Het is duidelijk dat de voetbalproblematiek sterk in de belangstelling staat. En niet alleen bij volwassenen. Veel van de vragen komen van jongeren, scholieren en studenten, misschien ook wel van jou. Dat is ook logisch, want het zijn vaak jullie vrienden, of jullie zelf misschien, die de gebeurtenissen in en rond de stadions van dichtbij meemaken. Deze stuk is afkomstig van het CIV en is bedoeld om antwoord te geven op de meest gestelde vragen over het voetbalvandalisme. Actuele en uitgebreide informatie kun je terug vinden in de door het CIV opgestelde jaarverslagen.
En
wie weet, brengt alle informatie je ook op een idee hoe je er zelf iets
tegen kunt doen. Tenminste, als je het belangrijk genoeg vindt dat het
betaald voetbal weer zo leuk wordt als het kan zijn. Want het kan héél leuk
zijn. Nog niet zo heel lang geleden, kon je gewoon na een wedstrijd het veld
oprennen, je favoriete speler om een handtekening vragen. Ouders konden hun
kinderen met een gerust hart meenemen voor een gezellige middag. Geen agent
te bespeuren en van fouilleren bij een voetbalwedstrijd had nog nooit iemand
gehoord. Die tijd kan best weer terugkomen maar dan wel met ieders hulp.
Alleen al door er openlijk voor uit te komen dat je voetbalvandalisme
kinderachtig of asociaal vindt, doe je er in feite al iets aan, zo simpel
ligt dat.
Het zijn gelukkig niet alleen sombere geluiden die we hier kunnen laten horen. Want de terreur van de ‘voetbalhooligans’ (zoals relschoppers ook genoemd worden) is de laatste jaren al redelijk gestabiliseerd. Het is nu, in het jaar 2007, niet meer zo’n groot probleem als in de ‘hoogtijdagen’ van het vandalisme, zo’n 15 à 20 jaar terug. Natuurlijk zijn we er nog niet, maar het gaat in ieder geval de goede kant op.
Wat verstaan we onder voetbalvandalisme?
Je hoeft maar een krant open te slaan of aan het eind van een wedstrijddag de tv aan te zetten, en je weet wat we bedoelen. De krantenkoppen, foto’s en beelden liegen er niet om. Knokpartijen tussen supporters van de verschillende ‘sides’, omvergetrokken hekken, vernielde treinwagons en supporters onder invloed van alcohol en/of drugs laten niets aan duidelijkheid te wensen over. We zijn er al zo aan gewend, dat we wel eens lijken te vergeten dat al die gewelddadigheden gewoon ‘strafbare feiten’ zijn. Of het nou gaat om mondelinge (verbale) of non-verbale overtredingen. Want wist je bijvoorbeeld dat je ook voor het roepen van racistische leuzen kunt worden aangehouden?
Het voetbalvandalisme is in feite één van de vele vormen van vandalisme in onze samenleving. Je kunt de voetbalrellen niet los zien van geweld en kleine criminaliteit in het algemeen. Het hangt allemaal met elkaar samen. Zo blijken herrieschoppers bij voetbalwedstrijden vaak al ‘goede bekenden’ van de politie te zijn in situaties die niets met voetbal te maken hebben. Het gaat de ‘zware jongens’ onder de voetbalsupporters vaak ook niet zozeer om het voetbal zelf, maar om de mogelijkheid om op een wedstrijddag, met duizenden mensen om zich heen, stevig te keer te gaan.
Wie zijn de hooligans?
Bij relschoppers, of risicosupporters, moet je om te beginnen onderscheid maken tussen de harde kern en een hele grote groep meelopers. Het zijn die harde-kernleden die het geweld vaak op gang brengen. Zij zijn de echte hooligans, de leiders, ‘het tuig’, zoals sommige mensen ze noemen. Zij zijn het die confrontaties met supportersgroepen van de tegenpartij uitdenken en organiseren.
De rest van de
relschoppende
supporters
loopt achter de leiders aan. Op zoek naar actie en sensatie. Zij doen een
beetje mee, gooien ook wel eens wat. Het groepsgevoel zorgt ervoor dat ze
zich veilig voelen. Je hoort ergens bij, maar je bent ook anoniem en kunt
niet zo gemakkelijk gepakt worden, hoewel het tegenwoordig wel steeds
moeilijker is om anoniem te blijven. Want de supportersbegeleiders van de
politie en van de clubs (de ‘clubstewards’) kennen veel supporters van
gezicht en bij naam. Ga maar na, als iemand je bij je naam noemt en ook nog
weet waar je woont, dan laat je het gooien van dat rookbommetje wel na.
De probleemsupporters zijn gemiddeld tussen de 18 en 28 jaar. Scholieren, drop-outs (vroegtijdige schoolverlaters) en werklozen tref je tussen de vandalen, maar ook universiteitsstudenten en twintigers met een goede baan. Het gaat bijna altijd om jongens, maar zo nu en dan zie je net zulke fanatieke meisjes.
Voor veel relschoppers is voetbal het allerbelangrijkste wat er is. Al hun geld gaat eraan op. ‘Ik leef voor mijn club’, hoor je ze wel zeggen. Thuis ziet hun kamer eruit als een soort voetbalheiligdom: posters van spelers, lintjes, shirts, sjaals, petten, ingelijste entreekaartjes voor belangrijke wedstrijden. Sommige houden een speciaal ‘rellenboek’ bij met krantenartikelen over hun gewelddadigheden en foto’s van vechtpartijen. Een enkeling maakt zelfs video-opnamen. Als het maar betrekking heeft op hun club, hun ‘side’.
Niettemin is er niemand die liever een snel einde ziet komen aan het supportersgeweld dan de spelers, trainers en clubbesturen. Het is dan ook de vraag wáár de voetbalhooligans nou eigenlijk supporter van zijn. Want ‘hun club’ moet er zelf vaak niets van hebben.
De gevolgen van vandalisme
Het is duidelijk dat het gerotzooi van die groepjes hooligans vérgaande gevolgen heeft voor een heleboel mensen. In feite voor de hele maatschappij. Elk jaar kost het voetbalvandalisme de Nederlandse burger vele miljoenen guldens. Letterlijk weggegooid geld. Toch wel even iets om bij stil te staan. Vooral omdat de relschoppers bijna nooit zelf opdraaien voor alle schade die ze aanrichten. Dat heeft te maken met het nogal ingewikkelde strafsysteem in Nederland. In de praktijk komt dat erop neer, dat er tegen iedere dader persoonlijk zulke omslachtige procedures in gang moeten worden gezet, dat het daar vaak niet van komt. Want haal uit een groep relschoppers maar eens precies dié jongen die met die ene steen dat ene raam aan diggelen gooide. Je moet kunnen bewijzen wie het was. En dat is dikwijls gewoon niet te doen.
Wie wél betaalt,
zijn de burgers. Om een voorbeeld te
noemen: de politie wordt, zoals je weet, betaald door de overheid. De
overheid krijgt haar geld van onze belastingcenten. Dus al die miljoenen per
jaar die worden uitgegeven aan de aanpak van de voetbalproblemen, komen niet
direct voor rekening van de vandalen, maar van anderen die er niets mee te
maken hebben.
Ook op manieren die niet meteen opvallen, lijden gewone burgers onder het asociale gedrag van de relschoppers. In een kleine gemeente wordt bijvoorbeeld bijna het hele plaatselijke politiekorps ingezet wanneer er risicosupporters worden verwacht bij een thuiswedstrijd. Bijna alle politiemensen zijn op zo’n wedstrijddag in en om het stadion aanwezig. Daardoor kunnen er dus niet altijd agenten ter plekke zijn als er bij de inwoners in die plaats iets gebeurt. Vind je het gek dat veel mensen geen geduld meer kunnen opbrengen voor de vandalen?
Dit zijn allemaal dingen waar de gemiddelde supporter vaak helemaal niet aan denkt. Het is hoog tijd dat hij dat wél gaat doen.
Laten we eens wat
cijfers op een rij zetten:
In
Nederland gaar per jaar ruim een miljard gulden verloren aan schade door
vandalisme, geweld en kleine criminaliteit. De laatste jaren zijn deze drie
vormen nog sterk toegenomen ook. Het is niet bekend welk percentage hiervan
door voetbalvandalisme wordt veroorzaakt, maar naar schatting ligt dat rond
de vijf procent van de totale schade door vandalisme. Dus tientallen
miljoenen! Dit staat dan nog los van al die andere miljoenen guldens, die
over de balk gesmeten worden voor het aanpassen van stadions, het loon van
de clubstewards en de kosten van supportersbegeleiding naar het buitenland.
Maar ook voor het herstellen van leeggehaalde winkels, omgebouwde
bushaltes en ingeslagen autoruiten dienen miljoenen guldens te worden
betaald.
In
het seizoen 1999/2000 kregen 1221 supporters een toegangsverbod tot alle
stadions in Nederland. Een jaar eerder waren dat er 917. Ter vergelijking:
in beide seizoenen werden ongeveer 1550 daders aangehouden.
Soms
moeten alle bezoekers van een wedstrijd meer geld neerleggen voor hun
kaartje, om eventuele extra kosten op te vangen. Ook op die manier
betaalt iedereen ongevraagd mee.
Waarom doen ze dat nou?
Een voor de hand liggende vraag is natuurlijk waarom die relschoppers zich zo gedragen. Er is al heel wat onderzoek gedaan naar de oorzaken van voetbalvandalisme. Hoewel de onderzoekers het niet altijd met elkaar eens zijn, kunnen we wel een paar algemene punten naar voren brengen.
De samenleving biedt jongeren niet genoeg, ze hebben weinig zicht op een leuke toekomst. Ze kunnen geen werk vinden en vervelen zich. Ook is er vaak nauwelijks enige sociale controle, vooral van de ouders. En als iemand niet zijn identiteit ontleent aan zijn werk, of aan zijn positie in een gezin, of in de klas, dan zoekt hij naar een andere weg om zichzelf te bewijzen. Een ‘tegenstander’ een oplawaai verkopen dwingt ‘respect’ af bij vrienden. Hoe meer je durft, hoe meer aanzien je krijgt bij de groep.
Voetbalvandalisme is natuurlijk ook gemakkelijk en goedkoop. Een steen gooien kan iedereen en het kost je geen cent. Je kunt je frustratie en agressie kwijt. En als je al gepakt wordt, zijn de straffen meestal licht. Het geeft bovendien een ‘kick’ om te kijken hoe ver je kunt gaan. De spanning verdrijft de verveling. Het is gezellig met z’n allen bij elkaar, je hoort ergens bij.
Maar waarschijnlijk de belangrijkste reden: als je met dingen gaat smijten en hard schreeuwt, eis je aandacht op die je anders niet krijgt. Er wordt opeens door iedereen op je gelet. Je bént iemand als ze speciaal voor jou aparte vakken creëren, voor je klaarstaan op het station. Supportersgroepen van de tegenpartij wachten je op; je komt in de krant. Publiciteit speelt voor voetbalvandalen een hele grote rol.
En dan kun je ook nog het gebruik van alcohol en drugs beschouwen als oorzaak van de gewelddadigheden. Al vroeg op een voetbaldag kun je aangeschoten en versufte jongeren met bierblikjes over straat zien lopen. Het drinken van alcohol, vaak in combinatie met één of ander verdovend middel, maakt de mogelijkheid dat er problemen ontstaan alleen maar groter. Onder invloed van drank en pillen zijn ze wel te porren voor wat actie. De werkelijkheid ziet er te mistig uit om precies te weten wat je doet.
Straffen

Wordt iemand wél aangehouden dan kan hij of zij een proces-verbaal krijgen. In dat geval wordt de zaak behandeld door een officier van justitie. Deze kan de zaak voor de rechter brengen. Hij doet de rechter ook een voorstel voor een straf. Die kan bestaan uit een geldboete of zelfs een gevangenisstraf. Een andere mogelijkheid is dat de ‘verdachte’ een strafrechtelijke uitsluiting wordt opgelegd door het Openbaar Ministerie. Dat houdt in dat iemand gedurende een bepaalde periode niet wordt toegelaten bij wedstrijden van zijn club. Hij kan in zo'n geval tegelijk worden verplicht om zich bij de politie in zijn woonplaats te melden tijdens de rust van wedstrijden van zijn club. Zo kan de politie nagaan of hij toch niet probeert de wedstrijden te bezoeken. Omdat relschoppers zo gehecht zijn aan hun club, blijkt uitsluiting een effectieve straf. Het is zelfs voorgekomen, dat een bestrafte hooligan zich als vrouw had verkleed om toch het stadion in te komen. Hij werd echter ontdekt en opnieuw opgepakt.
Nog een andere strafmaatregel is civiele uitsluiting. Indien de officier van justitie dat nodig vindt, kan hij informatie over aangehouden personen doorgeven aan de KNVB. Dit geeft de KNVB de mogelijkheid om iemand de toegang te verbieden tot alle stadions in ons land. Een civiele uitsluiting duurt minstens drie maanden en kan oplopen tot meer dan een jaar. Betaald voetbalclubs kunnen ook zelf bij thuiswedstrijden de toegang ontzeggen aan supporters. In ieder arrondissement (rechtsgebied van een rechtbank) in Nederland, is er een officier van justitie aanwezig. Wordt er iemand aangehouden, dan kan de officier ter plekke een geldboete opleggen. Hij kan ook een dagvaarding geven. Daarop staat de datum dat de verdachte voor de rechter moet verschijnen. Omdat die dag meestal heel snel volgt na de dag van de wedstrijd, heet deze strafmaatregel het ‘lik-op-stuk-beleid’.
Tenslotte bestaan er nog alternatieve straffen de zogenaamde HALT-projecten. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn het wassen van bussen, het schoonmaken van tribunes of het herstellen van aangerichte schade.
De huidige strafmaatregelen zijn volgens veel mensen nog niet streng genoeg. Er wordt gepleit voor hogere geldboetes en een hardere aanpak. In ons land wordt daar nogal verschillend over gedacht. Kant-en-klare oplossingen zijn er dan ook niet.
Allerlei voorzorgsmaatregelen
Je hebt al gezien dat een groot aantal instanties in Nederland zich bezighoudt met het voetbalvandalisme. Een paar noemden we al eerder. De clubs, de KNVB, de overheid, gemeentebesturen, de politie, bus- en treinvervoer, het CIV, maar ook supportersverenigingen, lokaal jeugdwerk en nog een paar andere organisaties. Allemaal proberen ze de eventuele problemen vóór te zijn door preventieve maatregelen te nemen.
Het volgende overzicht geeft je een aardig idee van wat er allemaal komt kijken bij dat ene woordje ‘voetbalvandalisme’:
De KNVB:
Wanneer de KNVB
een wedstrijd aanwijst als risicowedstrijd, zijn onder andere de volgende
maatregelen in en rond het stadion verplicht
vakscheidingen
met hekken erom heen
netten
voor de risicovakken, om het gooien van voorwerpen tegen te gaan
inzetten
van stewards of ordehandhavers van clubs
geen
alcoholverkoop
tv-circuits,
videocamera's (videobanden worden ook gebruikt als bewijsmateriaal
voor de rechtbank)
fouilleren
bij de ingang van het stadion
eventuele
supportersbegeleiding door clubstewards naar uitwedstrijden.
goed
geregelde kaartverkoop
De Clubs:
Je zou misschien denken dat de politie de eerste verantwoordelijkheid heeft voor de ordehandhavingen in het stadion, maar dat is niet zo. De verantwoordelijkheid ligt bij de organiserende club. Alle betaald-voetbalverenigingen zijn verplicht om een supporterbeleidsplan te hebben, dat de KNVB moet goedkeuren, omdat de club anders geen licentie krijgt om betaald-voetbalwedstrijden af te werken.
Behalve de
hierboven genoemde maatregelen, doen de clubs nog meer:
sommige
clubs werken met een geautomatiseerd toegangskaartenbeleid;
er
worden avonden georganiseerd waarop supporters vragen kunnen stellen aan
spelers en trainers.
De Politie:
regelt
het verkeer bij het stadion
houdt
supportersgroepen uit elkaar
houdt
toezicht op en begeleidt de supporters
een
aantal politiekorpsen heeft speciale supportersbegeleiders ingesteld
onder het motto 'kennen en gekend worden'
de
politie-inzet kan variëren van een paar politiemensen bij een normale
wedstrijd, tot vele honderden bij een
risicowedstrijd.
De NS:
Zodra de NS te maken krijgt met grote supportersgroepen, wordt de spoorwegpolitie ingezet (KLPD). Wanneer men ‘risicovervoer’ verwacht, kan de NS, na overleg met de KNVB en het CIV, besluiten om de ‘combiregeling’ toe te passen. Dat betekent dat de supporters een combikaart kopen die zowel toegang geeft tot de trein (of bus) als tot het stadion tegen een gereduceerde prijs. Er worden in zo’n geval aparte treinen ingezet die alleen combikaarthouders vervoeren. De ontvangende club en de politie krijgen op deze manier beter inzicht in de aantallen te verwachten supporters en de NS beperkt het vervoersrisico. Ook is het mogelijk dat de club gebruik maakt van een combiregeling met bussen, zodat de supporters gecontroleerd vervoerd kunnen worden en conflicten tussen losreizende supporters kunnen worden uitgesloten.
De Gemeenten:
In 1988 is men in een paar gemeenten gestart met projecten ‘voetbalvandalisme en jeugdwelzijn’, om iets tegen het voetbalgeweld te doen. Speciale supporterscoördinatoren hebben onder meer de taak om contacten op te bouwen met lastige fans en activiteiten te organiseren.
De maatregelen zijn de afgelopen jaren steeds strenger en grootschaliger geworden. Want elk preventieve actie werd steeds direct beantwoord met een tegenactie van de vandalen. Wachtte de politie hen op als ze een station zouden binnenrijden, dan stapten ze een halte eerder uit. En nu de combiregeling is ingevoerd, is het resultaat weer dat meer supporters de gewone trein pakken en alvast vooruit reizen. Zulke groepen hebben de afgelopen jaren overigens aanzienlijke schade aangericht.
Je kunt je best afvragen of het wel goed is dat al die instanties zoveel aandacht en geld besteden aan de relschopperij. Misschien zou het juist eerder ophouden als de samenleving, de tv, radio en kranten, er helemaal geen aandacht aan zouden besteden. Maar daarover zijn de meningen nogal sterk verdeeld.
Een stukje geschiedenis
Het lijkt misschien vreemd, maar het voetbalvandalisme stamt al uit de vorige eeuw. In 1899 moest er bijvoorbeeld een wedstrijd in Rotterdam worden gestaakt vanwege het ‘ongepaste gedrag’ van het publiek. De voetbalsport was toen nog betrekkelijk nieuw in ons land. Het spel was rond 1880 vanuit Engeland komen overwaaien. De publieksproblemen bleven tientallen jaren heel beperkt, totdat in het begin van de jaren zestig van deze eeuw ook het grove voetbalgeweld uit Engeland naar ons land oversloeg.

Na nog relatief lichte schermutselingen in die beginjaren, wordt 29 mei 1974 in het algemeen gezien als de dag waarop het voetbalgeweld in Nederland in alle hevigheid losbrak. Tijdens een finale om de UEFA-cup bleken de bezoekende fans van de Engelse club Tottenham Hotspur zich in dezelfde vakken te bevinden als de de Nederlandse supporters. De bloedige taferelen die toen ontstonden, compleet met rondvliegende knuppels, fietskettingen en messen, schokten het hele land. Ruim 100 mensen raakten gewond. Sinds die tijd nam het supportersgeweld in ons steeds dramatischer vormen aan. Groepen relschoppers gingen elkaar steeds vaker en georganiseerd te lijf; hooligans lieten sporen van vernieling na. In die piekjaren van het voetbalvandalisme leken de ‘supportersgangs’ soms meer op gewapende eenheden dan op sportfans.
Als gevolg van alle, doorgaans effectieve, maatregelen en aanpassingen die in de jaren tachtig in de stadions werden aangebracht, zijn de problemen de afgelopen jaren langzaam maar zeker teruggedrongen. Vooral in de stadions zelf krijgen de ‘fans’ nu nog nauwelijks de kans iets te doen. Ze worden van alle kanten in de gaten gehouden. Je ziet dan ook dat de problemen na 1987 verschoven van in de stadions naar buiten de stadions. Nu spelen eventuele relletjes zich nog vooral af op de straat, in cafés en onderweg van en naar de wedstrijden.
Racisme - niet zo stoer als het lijkt
Een andere ontwikkeling van de laatste jaren is dat er steeds meer racistische invloeden om de hoek komen kijken. De gebruikelijke scheldpartijen van voetbalsupporters worden steeds vaker gekleurd door discriminerende kreten.
Hoewel de samenleving scherp reageert op de ruwe uitingen van de voetbalhooligans, blijken zij er zelf weinig waarde aan te hechten. Voor hen, zo blijkt uit gesprekken, is het schelden naar andere supporters en spelers gewoon ‘stoerdoenerij’. Hun oerwoudgeluiden, het sarrende gesis en het gooien met exotisch fruit stelt niets voor vinden ze.
De meeste voetbalsupporters zijn helemaal niet in politiek geïnteresseerd en realiseren zich niet echt wat ze roepen als ze fascistische en racistische leuzen over en weer slingeren. Ze zijn zelf allemaal ver na de Tweede Wereldoorlog geboren en weten vaak nauwelijks waar die termen ooit voor stonden. Wat ze wél merken, is dat hun kreten en beschilderingen voor opschudding zorgen. De pers schrijft erover, allerlei belangengroepen spreken er schande van. Het provoceert, ze krijgen aandacht en dus is het de moeite waard.
Maar natuurlijk kunnen racistische en fascistische uitingen, hoe onschuldig bedoeld ook, nooit worden goedgepraat of geaccepteerd. Want de felle reacties vanuit de samenleving zijn er natuurlijk niet voor niets. Het zou dan ook een stuk beter zijn om eens uit te vinden waaróm zoveel mensen zo geschokt reageren, dan die reacties domweg van tafel te vegen als ‘overdreven’. Onwetendheid is niet iets om trots op te zijn – het kan zelfs riskant zijn.
Durf jij er wat van te zeggen?
Zoals we in het begin al zeiden, is het heel eenvoudig om zelf iets tegen het voetbalgeweld te doen. Gewoon, door er iets van te zeggen. In een samenleving waarin iets gebeurt dat tegen het algemeen belang indruist, is het belangrijk dat we allemaal laten merken wat we ervan vinden. Dat is niet alleen de taak van de organisaties die van dichtbij met het vandalisme te maken hebben, maar de taak van iedereen. Dus als je van voetbal houdt; als je al dat gerotzooi eromheen eigenlijk ook maar hinderlijk vindt; als je het niet eerlijk vindt dat onschuldige mensen moeten opdraaien voor de daden van een klein groepje; en als je een beetje verantwoordelijkheid durft te nemen voor je eigen leefomgeving, dan moet je anderen maar eens duidelijk vertellen hoe jij over voetbalvandalisme denkt. In een spreekbeurt, aan je vrienden, of op het moment dat je het ziet gebeuren. Want als iemand ergens iets van zegt, volgen er al gauw meer.
Literatuuropgave
Wil je nog meer lezen over voetbalvandalisme, dan kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van onderstaande titels. Ook bibliotheken en de voorlichtingsafdeling van kranten en tijdschriften hebben vaak informatie voor je.
Voetbalvandalisme - een speurtocht naar verklarende factoren, door H.H. van der Brug.
De harde kern, een reportage van Paul van Gageldonk.
Tussen het tuig, uit het Engels vertaald boek van Bill Buford.
Aanpak van het voetbalvandalisme, Erasmus Universiteit Rotterdam.
TIP-themanummer over voetbalvandalisme (TIP Bulletin, jg. 2, maart 1988)
Colofon
Initiatief en
samenstelling © 1993,
aangepast november 2000
aangepast september 2007:
CIV, Postbus 8300, 3503 RH Utrecht